
Voorzitter Peter Vamos geeft scherpe kritiek op het drugbeleid zoals het wereldwijd in de praktijk wordt gebracht
Alleen in behandeling voldoende evaluatie
Preventie is meer een slogan dan een strategie, zegt professor Peter Reuter op de openingssessie van het ICAA congres in Boedapest. Een aantal programma’s is gewoonweg ineffectief, Reuter noemt expliciet het Amerikaanse DARE als voorbeeld. Maar hoewel dat al vele jaren werd gerapporteerd stelde hij dit jaar voor het eerst minder implementatie vast van dit wereldwijd vertaalde programma. Reuter vindt preventie in de praktijk geen evidence based strategie omdat de budgetten die eraan toegewezen worden zo laag zijn dat het niet mogelijk is om het goed te kunnen uitvoeren, laat staan evalueren.
Maar acties aan justitiële of repressieve kant, niettegenstaande er wel grote sommen aan worden uitgegeven, worden helemaal niet geëvalueerd of moeten helemaal geen balans met kosten en baten kunnen voorleggen. Aan de hulpverlening wordt dit wel en zelfs nauwgezet gevraagd: de behandelmodellen moeten niet alleen hun effectiviteit tonen, maar ook dat ze veilig worden toegepast. Reuter raadt ons aan om de relatieve sterkte van research in de hulpverlening in de kijker te zetten.
Professor Reuter legt de volle zaal uit dat successtories op het vlak van evaluatie in de aanpak van drugproblemen er maar zijn als beleidsmakers het voortouw nemen. Hij noemt Zwitserland met het controversiële maar goed geëvalueerde experiment rond heroïneverstrekking als zo’n voorbeeld. Ook het Verenigd Koninkrijk en Portugal zijn in Europa landen waar evidence based werken bovenaan de agenda staat van de beleidsmakers. Reuter doceert criminologie op de Maryland University in de USA en besluit met een oproep om in de research agenda ook het drugbeleid zelf op te nemen.
Beleid en werkveld hand in hand
Eric Carlin van Mentor International (http://www.mentorfoundation.org/) en Katalin Felvinczi stellen de praktijk voor van preventieprogramma’s en de nodige ruggensteun van beleidsbeslissingen daarvoor. Eric (die overigens een belangrijke steunpilaar is voor het opzetten van Mentor Belgium) toont de toehoorders voorbeelden waar ouders en zelfs grootouders een cruciale rol in preventie spelen. Maar hij wijst ons er ook op dat het beleid in Engeland vooral geïnteresseerd is in misdaadbestrijding. Preventie, zeker de evaluatie ervan, wordt maar stiefmoederlijk behandeld. De Hongaarse dokter Felvinci van het Ministerie voor Sociale Zaken geeft een klare kijk op mogelijke beleidsingrepen. Voor school based preventie legt het ministerie van onderwijs bijvoorbeeld op dat minstens 5 lessen in grades 6-12 aan drugpreventie besteed moeten worden. Zo’n structurele maatregel maakt initiatieven van private organisaties als Mentor direct meer haalbaar en effectief.

Peer van der Kreeft zit de sectie drugpreventie voor in Hongarije
Evaluatie in de Europese Commissie
Mevr Isabel Faria de Almeida van de Europese Commissie, Anti-Drugs Coordination Unit, presenteert ons de evaluatie van het drugbeleid in de EU. Voor drugs heeft de EU geen universele politiek, maar voert elk land zijn eigen beleid uit. De EU heeft wel een strategie ontwikkeld, van 2000 tot 2012, bestaande uit Actieplannen, waar het EU Actieplan voor Drugs 2005-2008 er eentje van is. Een cruciaal element in de evaluatie op Europees niveau is het EMCDDA, het Europese Monitoring Centre of Drugs and Drug Addiction. Met Europol is het een van de twee bronnen die de nodige data leveren aan de Commissie. Vorig jaar is de evaluatie van het vorige EU Actieplan van 2000-2004 voorgesteld. De Commissie kon wel evoluties vaststellen, bijvoorbeeld verandering van zekere gebruikspatronen, maar niet echt een impact. Er was een vraag uit de zaal nodig om Mevr Faria te ontlokken wat de tough conclusies van de evaluatie dan waren. Kernachtig balde ze dit samen met we stelden vast dat er niet veel was bereikt. De rapporten kun je lezen op http://www.emcdda.eu.int/
Psychiater Azaraksh Mokhri van de Universiteit in Teheran, Iran drukte ons met de neus op de feiten dat de meeste drugverslaafden in ellendige omstandigheden, met AIDS en HIV, in de underdeveloped regions leven. In zijn eigen land hebben ze niet enkel van de verslaving zelf te lijden, maar ook van sommige beleidsvoerders die enkel vanuit hun eigen morele of religieuze overtuigingen beleid willen bepalen. Dr Mokhri breekt een lans voor het baseren van beleid op wetenschappelijke gegevens. Wanneer bijvoorbeeld Harm Reduction maatregelen in Iran doorgedrukt zijn door lobbygroepen is er een te smalle basis om het beleid overlevingskans te geven. Het is niet gedragen en wordt als niet integer opgevat op het terrein zelf. Daarom hoopt Dr Mokhri dat in zijn land, waar er al wel een traditie is van therapeutische gemeenschappen, evaluatie en onderzoek als solide pijlers zullen dienen in het uitbouwen van een hoogst noodzakelijk beleid van preventie en hulpverlening van drugverslaving.
Onderzoekster Maria-Rosaria Galanti stelt het EU-DAP preventieproject voor, waar ook 10 Vlaamse scholen aan meewerkten http://www.eudap.org/
Mentor Belgium vult een hiaat op het Europees werkterrein van drugbeleid
Bob Keizer van het Nederlandse ministerie voor gezondheid, welzijn en sport somde op welke instanties iets aan drugbeleid doen in Europa:
- EU: Directoraat-Generaal voor Gezondheid, EMCDDA en Europol
- Europese Raad: Pompidou group, (http://www.coe.int/) de meest specifiek op drug gerichte instantie met ongeveer 30 jaar ervaring
- NGO’s en universiteiten
- Verenigde Naties: CND, UNODC en INCB
- WHO, de wereldgezondheidsorganisatie
Fundamenteel onderzoek wordt uitgevoerd door NGO’s en universiteiten, maar er is geen overzicht, geen programma en vooral geen budget.
Monitoring en early warning zijn werkterreinen voor het EMCDDA, Europol en UNODC. Maar er is een structureel tekort aan informatie over de productie-kant van de zaak.
Reflectie, innovatie en standard setting zijn werkterreinen van de Pompidou groep. Evaluatie van drugbeleid is eigenlijk niet structureel geïmplementeerd. En de verspreiding van kennis, dissemination of knowledge noem je dat op internationale congressen, wordt door allemaal samen, maar heel fragmentair en dus eigenlijk niet gedaan. Dit laatste is precies een werkterrein dat Mentor International voorop heeft gesteld, en waar het pas opgerichte Mentor Belgium op wil focussen. Nederlander Bob Keizer, tevens voorzitter van de permanente correspondenten in de Pompidou groep, bevestigt op het ICAA congres in Boedapest dat hier meer dan ooit nood aan is.

Een volle zaal wetenschapslui en praktijkmensen op het ICAA Congres, Boedapest 24-28 oktober 2005
Geen maat voor niets
Michael Trace van http://www.internationaldrugpolicy.net/ stelt tot slot dat het aanporren tot een beter internationaal drugbeleid geen maat voor niets is. De Engelse Michael Trace erkent dat drugbeleid wereldwijd een heel complexe zaak is waarin de Indiase, Indonesische of Iraanse situatie helemaal anders is dan die in West-Europa. Maar het laatste world drug report, dixit Trace, meldt toch dat er in 2005 over de hele wereld 15 miljoen meer illegale druggebruikers zijn dan het jaar ervoor. 10 procent van mensen met AIDS werden geïnfecteerd door het injecteren van heroïne. Trace bevestigt de stelling nog eens dat de grote investeringen in supply reduction maatregelen niet worden gestaafd door enig effect- of impactonderzoek. Er zijn overigens wel onderzoeken die bevestigen dat een vermindering van repressieve maatregelen, wat in verschillende Europese landen gebeurt, niet gepaard gaat met een stijging van beginnend druggebruik.

Vlaamse collega’s in Hongarije: vlnr Kathy Colpaert en Wouter Vanderplasschen(vakgroep orthopedagogie Gentse Universiteit), Paul Van Deun (De Spiegel) en Peer van der Kreeft (De Sleutel)
Man-vrouw verschillen
Op het ICAA internationaal congres over verslaving in Boedapest kwamen ook de verschillen tussen mannen en vrouwen ter sprake. We tellen meer mannen in de hulpverlening, dus concluderen veel mensen dat mannen meer kwetsbaar zijn voor verslaving dan vrouwen. Dr. Cora Lee Wetherington van het Amerikaanse NIDA legt ons uit dat dit helemaal niet voor alle drugs zo is. Onderzoek toont aan dat niet alleen voor medicatie, maar ook voor cocaïne, vrouwen sneller frequente gebruikers worden dan mannen. Alleen beginnen mannen meer met druggebruik.
Het NIDA geeft ook een paar aanbevelingen voor behandeling. Onderzoeken tonen aan dat mannen rmeer positief reageren op een autoritatieve stijl, vrouwen op een empathische stijl. Vrouwen met een druggebruikende partner blijven gemiddeld 53 dagen in behandeling, als hun partner niet gebruikt is dat 72 dagen.
Wetherington refereert naar onderzoeken die betere resultaten aantoonden voor behandeling in aparte vrouwen-modules dan in gemengde. Een studie van Silverman in 2002 bewees dat het programma van een therapeutic workplace (te vergelijken met de Sociale Werkplaats van De Sleutel, maar met meer monitoring instrumenten) voor zwangere vrouwen twee keer zo succesvol was dan traditionele programma’s.
Stoppen met roken in het begin van de menstruatiecyclus
Een voor veel mensen bruikbare tip die door Dr Wetherington met onderzoek wordt gestaafd is dat we rekening moeten houden met de menstruale cyclus bij abstinentie, en dat is het meest toepasbaar op stoppen met roken. Bepaalde fasen van de cyclus hebben een duidelijke samenhang met het sterker beleven van het verlangen naar sigaretten en de ontwenningssymptomen. Ook het goed omgaan met de onmiddellijke gevolgen van stoppen met roken op gewichtstoename hangt samen met fasen in de cyclus. Ze concludeert dan ook dat stoppen met roken voor vrouwen het meest kans op slagen heeft in de eerste helft van de cyclus.

Narcotics Anonymous (NA) met een infostand op de internationale ICAA conferentie in Boedapest
ESPAD: druggebruik bij Europese tieners
Professor Robin Room uit Zweden maakt duidelijk dat onderzoek weinig verschillen aantoont tussen schoolgaande jongens en meisjes. Vergelijkbaar met het NIDA stelt ESPAD vast dat meisjes iets meer dan jongens, blijven roken als ze eenmaal roken. Jongens maken 1,4 meer kans dan meisjes dat ze cannabis beginnen gebruiken en alcohol drinken. Maar als je gaat kijken hoe vaak of hoe veel ze blowen of drinken, valt dat verschil dan weer weg.
Room raadt preventiewerkers en opvoeders aan om in gender-specifieke programma’s aandacht te besteden aan achtergrond en motivatie. Druggebruik gaat samen met de symbolische kracht ervan. Drugs gebruiken zegt iets over seksualiteit (meisjes moeten puurheid koesteren), over geweld (drugs geven als een instrument van intieme dominantie), over man-vrouw rollen (een meisje zorgt voor de kinderen, een jongen voor het contact met de vrienden).
Het solide en over heel Europa verspreide ESPAD-onderzoek toont aan dat de gemiddelde 15-jarige tiener:
- …verder gaat dan sigaretten en alcohol en experimenteert met andere drugs
- ...ook experimenteert met seksualiteit en flirten
- …wordt gedefinieerd door andere tieners in termen van wat zewillen worden.

Op de voorgrond de vroegere TG-directeur uit Canada Peter Vamos met naast hem de Zweedse Bjorn Hibell, die het ESPAD in Europa uit de grond stampte.
De andere kant opkijken bij problematisch gebruik
Psychiater Michael Gossop van de London University legt de nadruk op het uit elkaar houden van problemen en afhankelijkheid bij druggebruik in de adolescentie. Problemen die gepaard gaan met misbruik van drugs zoals alcohol, cannabis, medicijnen en inhaleermiddelen worden onderschat. Mensen kijken meestal de andere kant op omdat ze het probleemgedrag niet kunnen plaatsen. Dat is volgens de Engelse onderzoeker nefast: hij vindt het hoogst belangrijk om dat problematisch gebruik apart van het aspect verslaving te begrijpen en er zo ook op te reageren. Door het steeds als een verslavingsprobleem te benaderen worden de interventies van opvoeders of vroeghulpverleners vaak contraproductief. Professor Gossop wil dat diensten voor geestelijke gezondheidszorg in de adolescentie meer inzicht krijgen in druggebruik en afhankelijkheid. Zo kunnen ze adequater reageren op ernstige gedragsproblemen die met druggebruik kunnen gepaard gaan, maar niets te maken hebben met afhankelijkheid.

Seminarie op de conferentie in Hongarije
Interface tussen vier pijlers van een drugbeleid
De eminente Professor Ambros Uchtenhagen, die door het ICAA gehonoreerd werd voor lifetime achievements in the field of drugabuse, roept op om de pijlers van een drugbeleid meer te laten samenwerken. Hij voegt aan de drie traditionele pijlers voor drugbeleid (preventie, behandeling en justitie) een vierde toe: harm reduction. Om te beginnen wil Uchtenhagen dat beleidsmakers zich op verschillende argumenten baseren en niet op een vereenvoudigde verklaring, zoals het is een sociaal probleem, het is een gezondheidsprobleem of het is een probleem van criminaliteit.
Een drugbeleid gesteund op verschillende pijlers combineert dan ook uiteenlopende strategieën. Deze overtuiging wint gelukkig terrein. Ironisch genoeg vooral door onze confrontatie met HIV en AIDS, die meer dan verslaving overheidsinstellingen over de hele wereld aanporren tot effectieve maatregelen.
In het afstemmen van de doelstellingen van deze strategieën zijn abstinentie en tolerantie twee uitersten die niet per sé incompatibel zijn. Je kun in de powerpoint presentatie onderaan dit artikel zelf lezen hoe Uchtenhagen beleidsmakers aanbevelingen geeft om praktische en gefundeerde prioriteiten te stellen.

Professor Ambros Uchtenhagen is door velen gekend van een ophefmakend onderzoeksproject in Zurich waar heroine aan verslaafden werd verstrekt
Noodtoestand uitroepen in Los Angeles om naaldenruil te kunnen doen
Matthea Falco, vroegere medewerkster van de Staatssecretaris voor Narcotica in de Verenigde Staten legt uit hoe Amerika maar drie van Uchtenhagens pijlers voor drugpolitiek opneemt. Harm Reduction maakt geen deel uit van de nationale politiek, met uitzondering van methadonbehandeling. Dat wordt in Amerika enkel door klinieken toegediend, niet door huisartsen. Sommige staten verbieden overigens ook dat toedienen van Methadon. De laatste jaren is een andere substitutiemedicijn, Bupremorphine, toegelaten die wel door huisartsen toegediend mag worden.
Harm Reduction wordt volgens de Amerikaanse Matthea Falco geassocieerd met een politiek van legaliseren. Daardoor zijn ook maatregelen als naaldenruil door de Federale Regering verboden. Burgemeesters van grote steden als Los Angeles moeten juridische spitstechnologie gebruiken zoals de uit uitroepen van de noodtoestand om de federale wet te omzeilen. Zo kunnen ze in het belang van openbare gezondheid HIV verspreiding tegengaan met stedelijke naaldenruilprogramma’s.
Drugverslaafden helpen in het Islamitische Iran
Dr Bijan Nassirimanes noemt zich niet een hulpverlener, maar een activist in Teheran. Hij maakt duidelijk dat in Azië druggebruikers heel jong zijn en de belangrijkste verspreider van het HIV.
Totale zero tolerantie was de politiek in bijna alle Aziatische regio’s voor vele jaren, maar het leverde niet veel meer op dan grote populaties in de gevangenis en een steeds meer verborgen groep mensen met AIDS. In Iran ontstond het eerste drop-in-center in 1999. Dat was de eerste plaats waar drugverslaafden elkaar ontmoetten buiten de gevangenis. Harm reduction is volgens Dr Nassirimanes in deze context een manier to care for de drugverslaafden in plaats van ze op te sluiten. In Iran bestaan ook therapeutische gemeenschappen, waar ex-verslaafden de grootste groep medewerkers vormen. De multi-modality benadering waar Professor Uchtenhagen toe opriep is ook in Iran een noodzaak, waarin de primaire medisch zorg, justitie, peer-to-peer programma’s, outreach en TG’s met elkaar praten over de behoefte van de cliënten. De foto’s die de Iranese NGO-man liet zien tijdens zijn presentatie op het ICAA congres, leken erg veel op foto’s die we in ons Dagcentrum in Brussel, ons ontwenningscentrum in Gent of onze TG in Merelbeke zouden trekken. Meer snorren, oudere auto’s en een donkerder huidkleur. Maar dezelfde mensen, dezelfde ellende en hetzelfde engagement.

Deelnemers aan de ICAA conferentie in Budapest bespreken informeel hun kijk op behandeling, preventie, onderzoek en drugbeleid
Alcoholisme honderd jaar geleden
Prof Buda Bella van het Hongaarse Nationaal Instituut voor Addictologie lichtte het internationaal congres toe dat ICAA in 1905 in Boedapest hield. Strikte abstinentie of temperance waren toen ook twee strategieën die door de specialisten werden bediscussieerd. Alle aanwezigen waren honderd jaar geleden ferm in hun veroordeling van alcoholisme: politici, vakbondslieden en de Kerk. Het congres riep een eeuw geleden op tot sociale actie tegen alcohol. Legale en administratieve beperkingen op alcoholgebruik werden besproken, gevaren en schadelijke consequenties van drinken op het vlak van gezondheid, moraal, openbare orde en seksleven. Gezondheidsopvoeding op school, de werkplaats en de gemeenschap werd besproken, om zowel met rationele argumenten als morele verwerping alcoholisme te bestrijden. Waar we vandaag in veel werkgroepen lifeskills op de agenda zien staan, was dat de Hongaarse hoofdstad van 1905 Die Hygiene des Ich…
Economische en politieke facetten
De Australische Professor Keith Evans wil in zijn contributie vooral duidelijk maken dat wie het antwoord op de drugproblemen meent te kunnen bieden, alleen argwaan oproept. Zijn gevatte presentatie die je hieronder kunt aanklikken gaat over de complexiteit die je in acht moet nemen. Daar hoort ook politiek en economie bij...